|
|
October 05 (het beste te lezen met de muziek ter plekke) Clifton Chenier leerde ik kennen achter een glas bier. Het bier in Zeeland was het bier van België, zo zuidelijk in Nederland en eigenlijk niet tot Holland horend. Westmalle dubbel, gewoon van de tap. De bruine drap van het Belse gerstenat is het vocht van de blues, met name de blues uit Louisiana, de cajun. De platencollectie van café Flora was uiterst bescheiden. En hoe later op de avond, bij het betreden van de nacht, lag Chenier steevast uren achtereen op de draaitafel. Het werk was gedaan – le malheur du monde naar de redactie in Vlissingen doorgefaxed. Hoewel murw en vermalen, geplet als een gerstekorrel, waren we toch jonge honden. De nacht beloofde de zwoele klanken van katoenvelden, de hitte van de cajun, oorden zo anders dan de vette klei van het Zeeuwse waar de wrakende God buldert in de kruinen van de populieren langs de dijk. De nacht beloofde de vergetelheid, de verzwegen vriendschap van ons drieën. In café Flora, met Clifton Chenier.
De man naast mij op de foto is beroeps romanticus René de Dreu. Ik denk dat de kiek gemaakt is met mijn Minox door Mieke van der Jagt. Zij complementeerde ons drietal – verslaggevers van de Provinciale Zeeuwse Courant. Er moest wel gewerkt worden – lange, lange uren die overgingen in een eindeloze nacht in café Flora aan de Markt. Waar spraken we over? Wat deden we behalve Westmalle dubbel drinken? Spraken we over de krant? Over de spiegeleieren van de kroegbaas die daar een prijs mee gewonnen had? Over de liefde die aan alle kanten knelde? Bij God, ik weet het niet meer. We zaten. Zaten totdat de dubbel een soort eeuwige roes gaf, waarin verloren gevoelens verdronken. Dat paste bij de blues, de blues van Clifton Chennier. Dat paste bij het treurige interieur van een Hollandse stamkroeg, met zijn obligate, kuis versleten tapijtjes op tafel, de te bruine lambrizering en de zatte fotograaf in de hoek. (Clifton Chenier, Dry Your Eyes, van het album I’m Here!, 1982. Klik op link om muziek te beluisteren) October 03
| Misschien zou hij het moeten zeggen. ‘Jongens, moe lijdt vreselijk. Dit kan zo niet langer, we moeten er wat aan doen.‘ Maar voor Jo en Maarten, en misschien ook voor Nico en Gerard, zou euthanasie onbespreekbaar zijn, dat wist hij nu al. Die waren niet van God los, zoals hij. ‘Nee zeg, dat zou moe nooit gewild hebben.’ Hij hoorde ze het al zeggen. ‘Moe was zo gelovig’.
Het was ook een onmogelijke keuze. Moe ging zo langzaam achteruit, dat je moeilijk kon zeggen wanneer en waarom het genoeg was. Ze hoestte een tijdje erg, had het benauwd, maar dat kon toch geen reden zijn om haar een spuitje te geven. En laatst had ze een akelige doorligwond op haar heup, maar of die nu een ondraaglijk lijden veroorzaakte, wist niemand.
En al kreeg ze iets ernstigs. Al kwam er een aanleiding. Dan nog zouden ze er niet uitkomen, met zijn twaalven. Lafaards waren ze. Vroeger hadden ze ook altijd door stilzwijgen de harmonie bewaard. Dus wie durfde er nu te zeggen: dit is mensonwaardig, we moeten moe uit haar lijden verlossen?
Als hij het rijtje afging, stuitte hij bij iedereen op bezwaren. Toos had, ondanks haar moederlijke neigingen, niet genoeg gezag om haar mening door te drukken. Jan bemoeide zich niet veel met de familie. Piet durfde niet op een dokter af te stappen. Nico werd te veel gezien als een dwarsligger. Gerard was geen voortrekker. Zelf werd hij misschien niet serieus genoeg genomen. Marian vonden ze een buitenbeentje. Frans was oké, maar had als kleintje misschien niet voldoende stem. Guus had datzelfde probleem. En Lucie… ja, die was dan misschien de enige van wie ze het allemaal zouden accepteren. Iedereen vond Lucie aardig. Maar het was de vraag of ze het lef had om een beslissing te nemen.
Moe hield niet van ruzie in huis. ‘Hou jullie mond, ga wat doen.’ Nu, hier waren ze dan, haar twaalf kinderen. Thuis hadden ze het altijd goed met elkaar uitgehouden omdat ze zich niet te veel met elkaar bemoeiden. En zo, met dezelfde afstandelijkheid en omzichtigheid, ontweken ze ook nu behendig de allermoeilijkste vraag.
De show van Hennie Huisman was afgelopen. Hij gaf moe een paar slokjes koffie met de plastic spuit. Ze slikte gretig, terwijl ze hem strak bleef aankijken. Hij wist niet of ze hem herkende.
Meestal zei hij niet veel de hele avond. Hij kon haar toch niet gaan toespreken als een kind: ‘Zó, we gaan je straks lekker een schone luier omdoen.’
Vroeger hadden ze ook niet veel gepraat. Toch had hij het goed gehad met moe. Hij herinnerde zich de donkere, koude winterochtenden, wanneer hij eerder wakker was dan de rest en als eerste naar beneden ging. Moe was dan al in de keuken bezig. Ze zette thee, sneed grote plakken kaas van een Edammer. Ze had de snelste handen van de wereld. ‘Ben je er al, ga maar bij de kachel zitten.’ En dan mocht hij op het houtvaatje zitten en kwam moe hem een broodje met roomboter brengen.
Ze was een Maria in burger. Terwijl hij toch niet zou kunnen zeggen wat ze dan zo goed had gedaan. Er waren geen leuke uitjes geweest, geen cadeautjes, privileges. Laat staan intieme onderonsjes. Maar moederliefde kon kennelijk ook zonder dat alles worden overgebracht.
Hij legde zijn boek opzij. Moe was in slaap gevallen. Ze zat nog precies hetzelfde als drie uur geleden. Hij ging even een rondje lopen, hij kreeg het benauwd binnen.
|  |
Uit: Het zwijgen van Maria Zachea, Judith Koelemeijer September 29 Riding in a car without talking, Swimming out much further than you should, Saying words what had long been forgotten Packing it up when you're ready to. Leaving now with no place to be going standing up when you didn't think you could. Reading words from a page, hearing someone play something that makes your stomach ache. I know everything I love is gonna leave me. I know everything I love is gonna leave. I know everything I love has got to leave me... Still I want it, I want it, I want it. Still I want it, I want it, I want it. Still I want it, I want it, I want it.
Watching the city out over the water, Holding some small part of history. Walking alone, far from home, Keeping something's for yourself. Seeing what you know change Talking on the porch til 4am Taking a plane and hearing someone say "It's so good to see you." I know everything I love is gonna leave me. I know everything I love is gonna leave. I know everything I love has got to leave me... Still I want it, I want it, I want it. Still I want it, I want it, I want it. Still I want it, I want it, I want it. (Liz Durrett, Far From Home, 2007. Klik op link om muziek te beluisteren) September 27 Zen spreekt over het ‘oorspronkelijk gezicht’. De staat waarin je enkel en alleen bent. Zoals mijn kater Janneman zich niet afvraagt of hij wel aardig is, of hij morgen leeft, of hij mij iets schuldig is.
Vandaar dat onze liefde voor dieren, mijn liefde voor hem, zo ongecompliceerd is.
Wij kennen een God. Daar begint de schuld.
En, ergens onderweg, zijn wij het vermogen verloren te zijn, niet meer te zijn dan de persoon die mijn naam draagt, één en gelijktijdig gescheiden van jou.
Ik worstel met de vraag van het waarom. Omdat dit verlies zo inherent ontroostbaar is. Ik zie prachtige mensen verliezen. Het maakt me somber, alleen.
Er zijn sterke schouders. Schouders die dragen. Omdat we een God kennen. Schouders van schuld.
Have You Forgotten I can't let you be, Cause your beauty won't allow me. Wrapped in white sheets, Like an angel from a bedtime story. And shut out what they say, Cause your friends are fucked up anyway. And when they come around, Somehow they feel up and you feel down.
When we were kids, We hated things our parents did; We listened low to Casey Kasem's radio show. That's when friends were nice, To think of them just makes you feel nice. The smell of grass in spring And October leaves cover everything.
Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself?
I can't believe All the good things that you do for me. Sat back in a chair Like a princess from a faraway place. Nobody's nice, When you're older your heart turns to ice. And shut out what they say; they're too dumb to mean it anyway.
When we were kids, We hated things our sisters did. Backyard summer pools And Christmases were beautiful. And the sentiment Of coloured mirrored ornaments. And the open drapes Look out on frozen farmhouse landscapes.
Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself? Have you forgotten how to love yourself?
(Red House Painters, Have You Forgotten, van het album Songs for a Blue Guitar, 1996. Klik op link om muziek te beluisteren) September 18 'Wat sta je daar aarzelend en weifelend? Waarom weifel je toch zo? De wereld kan je verlangens niet vervullen, maar haar verlaten wil je niet. Trouwens, hoe gaat het eigenlijk met je? Heb je vrede? Heb je die wel?'
Lina Sandell-Berg September 13 (voor Ida die jarig wil zijn) Mijn rabbi heeft een zilveren Boeddha, mijn priester een talisman van jade. Mijn dokter ziet een prachtig voorteken in onze late najaarszomer. Mijn rabbi, mijn priester stalen hun kleinood van planken in het heilige der heiligen. Die kleinoden kun je niet eten. Ze vragen zich af wat ze ermee moeten. Mijn dokter is gelukkig als een varken hoewel hij sterft aan naakt in de kou staan. Hij is klaar met zijn handboek over de fallus als een fallisch symbool.
Mijn zenmeester is een grote ouwe gek. Ik betrapte hem gisteren terwijl hij me aanbad, dus heb ik hem in een smerige hoek gezet bij mijn rabbi, mijn priester en mijn dokter. Uit: Gedichten, Leonard Cohen (vertaling Remco Campert) September 10 Oh the sisters of mercy they are not Departed or gone, They were waiting for me when I thought That I just can’t go on, And they brought me their comfort And later they brought me this song. Oh I hope you run into them You who’ve been traveling so long. Yes, you who must leave everything That you can not control. It begins with your family, But soon it moves round to your soul. Well, I’ve been where you’re hanging I think I can see how you’re pinned. When you’re not feeling holy, Your loneliness said that you’ve sinned. Well they lay down beside me I made my confession to them. They touched both my eyes And I touched the dew on their hem. If your life is a leaf That the seasons tear off and condemn They will bind you with love That is graceful and green as a stem. When I left they we’re sleeping, I hope you run into them soon. Don’t turn on the light You can read their address by the moon; And you won’t make me jealous If I hear that they sweeten your night We weren’t lovers like that And besides it would still be all right We weren’t lovers like that And besides it would still be all right. (Beth Orton zingt Sisters Of Mercy van Leonard Cohen) Suzanne takes you down to her place near the river You can hear the boats go by You can spend the night beside her And you know that she’s half crazy But thats why you want to be there And she feeds you tea and oranges That come all the way from China And just when you mean to tell her That you have no love to give her Then she gets you on her wavelength And she lets the river answer That you’ve always been her lover And you want to travel with her And you want to travel blind And you know that she will trust you For you’ve touched her perfect body with your mind. And Jesus was a sailor When he walked upon the water And he spent a long time watching From his lonely wooden tower And when he knew for certain Only drowning men could see him He said all men will be sailors then Until the sea shall free them But he himself was broken Long before the sky would open Forsaken, almost human He sank beneath your wisdom like a stone And you want to travel with him And you want to travel blind And you think maybe youll trust him For he’s touched your perfect body with his mind. Now suzanne takes you hand And she leads you to the river She is wearing rags and feathers From salvation army counters And the sun pours down like honey On our lady of the harbour And she shows you where to look Among the garbage and the flowers There are heroes in the seaweed There are children in the morning They are leaning out for love And they will lean that way forever While suzanne holds the mirror And you want to travel with her And you want to travel blind And you know that she will trust you For shes touched your perfect body with her mind. (Nick Cave zingt Suzanne van Leonard Cohen) If it be your will That I speak no more And my voice be still As it was before I will speak no more I shall abide until I am spoken for If it be your will
If it be your will That a voice be true From this broken hill I will sing to you From this broken hill All your praises they shall ring If it be your will To let me sing From this broken hill All your praises they shall ring If it be your will To let me sing
If it be your will If there is a choice Let the rivers fill Let the hills rejoice Let your mercy spill On all these burning hearts in hell If it be your will To make us well
And draw us near And bind us tight All your children here In their rags of light In our rags of light All dressed to kill And end this night If it be your will
If it be your will.
(Antony zingt If It Be Your Will van Leonard Cohen) September 09 Well my friends are gone and my hair is grey I ache in the places where I used to play And I’m crazy for love but I’m not coming on I’m just paying my rent every day In the tower of song
I said to Hank Williams: how lonely does it get? Hank Williams hasn’t answered yet But I hear him coughing all night long A hundred floors above me In the tower of song
I was born like this, I had no choice I was born with the gift of a golden voice And twenty-seven angels from the great beyond Well they tied me to this table right here In the tower of song
So you can stick your little pins in that voodoo doll I’m very sorry, baby, doesn’t look like me at all I’m standing by the window where the light is strong Ah they don’t let a woman kill you Not in the tower of song
Well you can say that I’ve grown bitter But of this you may be sure The rich have got their channels in the bedrooms of the poor And there’s a mighty judgement coming, but I may be wrong You see, you hear these funny voices In the tower of song
I see you standing on the other side Don’t know how the river got so wide I loved you baby, way back when And all the bridges are burning that we might have crossed But I feel so close to everything that we’ve lost We’ll, we’ll never have to lose it again
Now I bid you farewell, I don’t know when I’ll be back There moving us tomorrow to that tower down the track But you’ll be hearing from me baby, long after I’m gone I’ll be speaking to you sweetly From a window in the tower of song
Well my friends are gone and my hair is grey I ache in the places where I used to play And I’m crazy for love but I’m not coming on I’m just paying my rent every day In the tower of song
(Leonard Cohen zingt zijn eigen nummer Tower Of Song met begeleiding van U2)
|
|
|